ECLI:NL:RBDHA:2015:16044
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening kantonrechter Den Haag
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter J.M. van Baardewijk naar aanleiding van haar optreden tijdens een comparitie na antwoord. Het verzoek werd ingediend ruim twee weken na de zitting waarop de vermeende feiten zich voordeden, waardoor het verzoek niet tijdig was.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoeker en zijn gemachtigde tijdens de zitting op de hoogte waren van de gronden voor wraking en dat het verzoek daarom binnen de vereiste termijn had moeten worden ingediend. Ondanks de niet-ontvankelijkheid werd het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld.
De wrakingskamer concludeerde dat de kantonrechter zich voldoende had voorbereid, geen aanwijzingen waren voor partijdigheid of vooringenomenheid, en dat de procedurele beslissingen van de kantonrechter geen wrakingsgrond vormden.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens te late indiening; het verzoek zou inhoudelijk zijn afgewezen.