ECLI:NL:RBDHA:2015:16280

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 maart 2015
Publicatiedatum
14 juni 2017
Zaaknummer
C/09/480532 / FA RK 15-40
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 lid 3 EG-Verordening nr. 2201/2003Art. 243 RvArt. 817 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opname vaststellingsovereenkomst ouderlijke verantwoordelijkheid na internationale kinderontvoering

De rechtbank Den Haag behandelde een zaak betreffende internationale kinderontvoering waarbij de terugkeer van drie minderjarigen naar Portugal was gelast. De vader, woonachtig in Portugal, had een verzoek ingediend tot opname van een vaststellingsovereenkomst tussen hem en de moeder, die in Nederland verbleef.

De rechtbank handhaafde de eerdere beschikking van 4 maart 2015 waarin de terugkeer van de minderjarigen naar Portugal was bevolen. Vervolgens werd het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst behandeld, waarin de ouders afspraken hadden gemaakt over de ouderlijke verantwoordelijkheid.

Op grond van artikel 12 lid 3 van Pro de EG-Verordening nr. 2201/2003 werd vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd was, gezien de nauwe band van de minderjarigen met Nederland, het verblijf van de moeder in Nederland en de Nederlandse nationaliteit van de kinderen. Beide ouders hadden de Nederlandse rechter bevoegd verklaard.

De rechtbank besloot het verzoek toe te wijzen en nam de vaststellingsovereenkomst van 25 januari 2015 op in de beschikking, die uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard. De uitspraak werd gedaan door drie kinderrechters op 11 maart 2015.

Uitkomst: De rechtbank nam de vaststellingsovereenkomst inzake ouderlijke verantwoordelijkheid op in de beschikking en verklaarde deze uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 15-40
Zaaknummer: C/09/480532
Datum beschikking: 11 maart 2015
Aantal fotokopieën per beschikking
4 bij 1 advocaat
6 bij 2 advocaat
1 extra bij:
- last aan de Raad voor Rechtbijstand tot toevoeging advocaat ex 817 Rv
- Ipr zaak
- uitgebracht of uit te brengen rapport Raad voor de Kinderbescherming– gezagswijziging ten behoeve van het gezagsregister
- Kostenveroordeling ex art. 243 rv Pro
2 extra bij:
- Benoeming van elke deskundige
Aantal fotokopieën per beschikking
4 bij 1 procureur
6 bij 2 procureurs
1 extra bij:
- last aan de Raad voor Rechtsbijstand tot toevoeging advocaat ex 817 Rv
- Ipr-zaak
- uitgebracht of uit te brengen rapport Raad voor de Kinderbescherming
- Gezagswijziging ten behoeve van het gezagregister
- Kostenveroordeling ex art. 243 rv Pro
2 extra bij:
- Benoeming van elke deskundige

Internationale kinderontvoering

Beschikking op het op 6 januari 2015 ingekomen verzoek van:

[verzoeker] ,

de vader,
wonende te [woonplaats] , Portugal,
advocaat: mr. H.P. Scheer te Utrecht.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[belanghebbende]

de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. J.G. Brands te Groningen.

Procedure

Bij beschikking van 4 maart 2015 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – de terugkeer naar Portugal gelast van de minderjarigen:
  • [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ;
uiterlijk op 19 maart 2015, waarbij de moeder de minderjarigen dient terug te brengen naar Portugal en waarbij is bevolen dat de moeder, indien zij nalaat de minderjarigen terug te brengen naar Portugal, de minderjarigen met de benodigde geldige reisdocumenten aan de vader zal afgeven uiterlijk op 19 maart 2015, opdat de vader de minderjarigen zelf mee terug kan nemen naar Portugal.
De rechtbank heeft vervolgens ontvangen:
  • de brief met bijlage van 4 maart 2015 van de zijde van de vader;
  • het F9-formulier met bijlage van 5 maart 2015 van de zijde van de moeder.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Aan de orde is thans alleen nog het verzoek van de ouders tot opname van de vaststellingsovereenkomst in de beschikking. De vaststellingsovereenkomst bevat de door de ouders getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande de drie voornoemde minderjarigen.
Opname vaststellingsovereenkomst
Krachtens artikel 12 lid 3 van Pro de EG-Verordening nr. 2201/2003 van 27 november 2003 is de Nederlandse rechter bevoegd te beslissen op het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst in deze beschikking, nu de minderjarigen een nauwe band hebben met Nederland, de moeder haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, de minderjarigen de Nederlandse nationaliteit hebben en de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op het tijdstip waarop het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst bij deze rechtbank is ingediend door beide ouders op ondubbelzinnige wijze is aanvaard en door het belang van de minderjarigen wordt gerechtvaardigd.
De rechtbank zal Nederlands recht als haar interne recht toepassen. Nu beide ouders de bevoegdheid van deze rechtbank hebben aanvaard, zal de rechtbank het verzoek als op de wet gegrond toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
neemt op de door de vader en de moeder getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande genoemde minderjarigen, zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst d.d. 25 januari 2015, en verklaart de beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J. Brandt, K.M. Braun en H. Dragtsma, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. C.J.M. Manders als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2015.