ECLI:NL:RBDHA:2015:16392
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van aanwijzingen vooringenomenheid rechters
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Den Haag nadat zijn verzoek om vier getuigen te horen was afgewezen. Hij stelde dat de weigering tot het horen van getuigen een zwaarwegende aanwijzing vormde voor vooringenomenheid van de rechters, mede vanwege onduidelijkheden over de inbeslagname en het onderzoek van mobiele telefoons.
De wrakingskamer behandelde het verzoek en oordeelde dat de beslissing van de rechters een processuele beslissing betrof die nog niet definitief was en dat er geen uitzonderlijke feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen. De kamer benadrukte het vermoeden van onpartijdigheid dat rechters genieten en dat het niet aan de wrakingskamer is om de inhoudelijke juistheid van de beslissing te toetsen.
De wrakingskamer concludeerde dat het wrakingsverzoek ongegrond was en wees het af. Tevens werd bepaald dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing werd ter openbare terechtzitting uitgesproken op 28 december 2015.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.