ECLI:NL:RBDHA:2015:16398
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris die hem op 14 oktober 2015 heeft gehoord in een zaak over bewaring en inverzekeringstelling. Het verzoek betrof het opnemen in het proces-verbaal dat verzoeker geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en het niet inhoudelijk bekijken van tijdens het verhoor overgelegde stukken.
De rechter-commissaris heeft verklaard dat zij geen vooringenomenheid vertoont en dat het niet direct kunnen controleren van alle serienummers tijdens het verhoor een procesbeslissing is. De wrakingskamer overwoog dat het opnemen van het ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats in het proces-verbaal geen aanwijzing is voor partijdigheid, mede omdat verzoekers verklaring over zijn verblijfplaats ook is opgenomen.
Ook het niet inhoudelijk bekijken van de papieren tijdens het verhoor werd niet als onbegrijpelijk of als bewijs van vooringenomenheid gezien. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestaat en wees het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.