ECLI:NL:RBDHA:2015:16400
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens ontbreken van vooringenomenheid en oplegging wrakingsverbod
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het Openbaar Ministerie en heeft de kantonrechter tweemaal gewraakt. Het eerste wrakingsverzoek werd reeds ongegrond verklaard. Bij de tweede wraking stelde verzoeker dat de kantonrechter hem niet als eerste het woord gaf en dat hij de regels niet kende. Tevens voerde verzoeker als aanvullende grond aan dat de kantonrechter samen met de griffier en het Openbaar Ministerie gezamenlijk de koffiekamer bezocht, wat volgens verzoeker de onafhankelijkheid van de rechter aantastte.
De kantonrechter voerde verweer en stelde dat hij het proces-verbaal correct had samengevat en dat verzoeker voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunt toe te lichten. Het gezamenlijke koffiepauzemoment werd als niet relevant beoordeeld en het aanvullende wrakingsverzoek werd als te laat ingediend beschouwd.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat de kantonrechter het beginsel van hoor en wederhoor had toegepast door verzoeker eerst te laten spreken, daarna het Openbaar Ministerie en vervolgens verzoeker weer. De vermeende schending van het spreekrecht en het koffiemoment gaven geen aanleiding tot het vermoeden van vooringenomenheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen, het aanvullende wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en een wrakingsverbod opgelegd vanwege misbruik van recht door herhaalde ongefundeerde wrakingen. Het proces werd voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd afgewezen, het aanvullende wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en een wrakingsverbod opgelegd.