ECLI:NL:RBDHA:2015:16405
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens onvoldoende bewijs van partijdigheid rechter
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen rechter E.C.M. Bouman, stellende dat de rechter tijdens een eerdere zitting had gezegd dat na de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen verzoeker de straf zou volgen. Dit zou duiden op partijdigheid omdat de uitkomst van de zaak daarmee vooraf zou zijn bepaald.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek en hoorde verklaringen van de griffier en de officier van justitie die beiden aangaven zich niet te herinneren dat de rechter deze uitlating had gedaan. Ook de rechter zelf ontkende de bewering. Het proces-verbaal van de betreffende zitting vermeldde geen dergelijke uitspraak.
Gezien het ontbreken van bewijs achtte de wrakingskamer het niet aannemelijk dat de rechter zich in de bedoelde zin had uitgelaten. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen. De procedure in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van partijdigheid.