ECLI:NL:RBDHA:2015:16414
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid
In deze strafzaak diende verzoeker een mondeling wrakingsverzoek in tegen mr. J.B. Wijnholt, rechter in de rechtbank Den Haag, omdat hij meende dat de rechter niet onpartijdig zou zijn. Dit verzoek volgde op een zitting waarbij de rechter het verzoek om getuigen te horen had afgewezen en de beslissing over het aanleveren van back-upbestanden had aangehouden.
Verzoeker stelde dat de rechter hem verwijt dat hij de officier van justitie niet expliciet had geïnformeerd over het ontbreken van de back-upbestanden en dat hij geen motivering had gehoord voor het niet horen van getuigen. De rechter ontkende het maken van een dergelijk verwijt en gaf aan dat het slechts een opmerking betrof dat een andere handelswijze handiger was geweest.
De wrakingskamer oordeelde dat een dergelijke opmerking geen aanwijzing is voor vooringenomenheid en dat ordemaatregelen en processuele beslissingen, zoals het afwijzen van het verzoek tot het horen van getuigen, geen grond voor wraking vormen tenzij zij onbegrijpelijk zijn en een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren.
De wrakingskamer concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden waren gesteld of gebleken die het vertrouwen in de onpartijdigheid van de rechter konden ondermijnen en wees het wrakingsverzoek daarom af. Het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter Wijnholt is afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.