Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 april 2015 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland waarin een bedrag van €3.019,17 was teruggevorderd. De rechtbank oordeelde dat het eerdere administratief beroep van eiseres gegrond had moeten worden verklaard en vernietigt het bestreden besluit voor zover het de terugvordering van voorschotten betreft.
De kern van het geschil betreft de toepassing van de overschrijdingsregeling uit de Wet op het primair onderwijs (WPO) op de loonkosten van de bestuursdirecteur van het openbaar onderwijs in Zwijndrecht. Eiseres stelt dat deze kosten gespiegeld moeten worden in een uitkering aan haar, terwijl verweerder en het gemeentebestuur dit ontkennen en de loonkosten als kosten van administratie, bestuur en beheer beschouwen die buiten de overschrijdingsregeling vallen.
De rechtbank volgt verweerder en het gemeentebestuur en oordeelt dat de loonkosten van de bestuursdirecteur als kosten van administratie, bestuur en beheer moeten worden aangemerkt en derhalve niet in de overschrijdingsregeling worden betrokken. De rechtbank wijst erop dat de ontvlechting van deze kosten wel mogelijk is, maar dat dit niet in de wettekst is neergelegd.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €328,- en tot betaling van proceskosten van €980,- aan eiseres. Tevens wordt de gemeente Zwijndrecht veroordeeld in de proceskosten van het administratief beroep. De uitspraak is gedaan op 20 april 2015 door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de terugvordering van voorschotten en het bestreden besluit op dat punt vernietigd; de loonkosten van de bestuursdirecteur vallen niet onder de overschrijdingsregeling.