ECLI:NL:RBDHA:2015:1661
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens onduidelijkheid in hersteltermijn bij bestuursrechtelijke procedure
Opposante had beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat opposante de beroepsgronden en het bestreden besluit niet tijdig had ingediend. Tegen deze uitspraak stelde opposante verzet in. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat opposante de stukken op 16 september 2014 had gefaxt, binnen de gestelde termijn van vier weken na de brief van 19 augustus 2014.
De rechtbank oordeelde dat de formulering in de herstelverzuimbrief onduidelijk was over het moment waarop de termijn begon te lopen. Omdat deze onduidelijkheid niet ten nadele van opposante mocht komen, werd het verzet gegrond verklaard. De procedure wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond.
Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan opposante. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter geen rechtsmiddel openstaat, zodat hierover geen uitspraak werd gedaan.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard omdat het verzuim tijdig is hersteld door onduidelijkheid in de hersteltermijnbrief.