ECLI:NL:RBDHA:2015:1698
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens onvoldoende onderbouwing zelfstandige arbeid
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om zijn uitzetting naar Turkije te voorkomen totdat op zijn bezwaar tegen het besluit van 29 december 2014 is beslist. Dit bezwaar betreft de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'.
De voorzieningenrechter overweegt dat eerdere aanvragen zijn afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de zelfstandige arbeid, met name door het ontbreken van betrouwbare jaarrekeningen en omzetgegevens. Hoewel verzoeker nieuwe stukken heeft overgelegd, waaronder jaarrekeningen van 2013 en 2014 en omzetgegevens, acht de rechter deze onvoldoende om het bezwaar kans van slagen te geven.
Omdat de nieuwe stukken niet leiden tot een inhoudelijke toetsing van het bezwaar en geen nieuwe feiten en omstandigheden (nova) bevatten, wordt het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Tevens wordt niet op het bezwaar beslist, omdat nog aanvullende documenten kunnen worden overgelegd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen wegens onvoldoende nieuwe feiten.