Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
en/of haar moeder, mevrouw [slachtoffer 1],telkens heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte telkens opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd:
3.Beoordeling
4.De bewezenverklaring
als bijlage aan dit vonnis gehecht) is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de hierna volgende feiten heeft begaan op die wijze dat:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De oplegging van straf en maatregel
7.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
[slachtoffer 1]is door de verdediging niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder parketnummer 09/820104-13 subsidiair bewezenverklaarde feit.
[slachtoffer 2]is door de verdediging niet inhoudelijk betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder parketnummer 09/797322-14 bewezenverklaarde feit.
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
4 (VIER) JAREN;
dat de verdachte ter beschikking wordt gestelden beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege
zal worden verpleegd;
[slachtoffer 1], een bedrag van € 13.780,82, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf
[slachtoffer 1];