ECLI:NL:RBDHA:2015:1855
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoekers naar Duitsland op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van verzoekers tegen de afwijzing van hun asielaanvragen in Nederland en de voorgenomen overdracht naar Duitsland op grond van de Dublinverordening. Verzoekers voerden aan dat zij in Duitsland geen effectief rechtsmiddel hebben, onvoldoende opvang krijgen en risico lopen op racistische bejegening.
De rechtbank overwoog dat de Duitse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de asielprocedure en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij geen concrete aanwijzingen zijn dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De voorzieningenrechter stelde dat verzoekers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat hun rechten in Duitsland worden geschonden.
Ook de omstandigheid dat verzoekers een gezin met kleine kinderen vormen en het mogelijk gunstiger Nederlandse asielbeleid waren onvoldoende om de asielaanvragen aan zich te houden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht naar Duitsland wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.