ECLI:NL:RBDHA:2015:1967

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2015
Publicatiedatum
25 februari 2015
Zaaknummer
C/09/481968 / FT EA 15/24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:13 lid 2 BWArt. 2:19 lid 1 BWArt. 2:19 leden 4 en 5 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot eigen faillietverklaring wegens misbruik van bevoegdheid

Bakersbrothers B.V., vertegenwoordigd door haar enig aandeelhouder en bestuurder, heeft een verzoek tot eigen faillietverklaring ingediend. De vennootschap heeft geen bezittingen en is sinds 2008 of 2009 niet meer actief. De rechtbank overweegt dat ondanks de mogelijkheid tot turbo-liquidatie, waarbij de vennootschap zonder vereffening kan worden ontbonden indien er geen baten zijn, de bestuurder geen aannemelijk belang heeft getoond dat het faillissementsverzoek zou moeten prevaleren.

De rechtbank stelt dat het belang van de bestuurder vooral ligt in een snelle en gemakkelijke afwikkeling van de onderneming, wat niet voldoende is om het verzoek te rechtvaardigen. Er zijn geen beletselen gebleken die het gebruik van turbo-liquidatie verhinderen. Hierdoor is sprake van misbruik van bevoegdheid bij het doen van eigen aangifte van faillissement.

Op basis van artikel 3:13 lid 2 BW Pro wordt geoordeeld dat de uitoefening van de bevoegdheid tot eigen aangifte niet redelijk is. De rechtbank wijst het verzoek tot eigen faillietverklaring af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, via een advocaat bij het gerechtshof te Den Haag.

Uitkomst: Het verzoek tot eigen faillietverklaring wordt afgewezen wegens misbruik van bevoegdheid door de bestuurder.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team insolventies – enkelvoudige kamer
rekestnummer: C/09/481968 / FT EA 15/24
uitspraakdatum: 10 februari 2015
BAKERSBROTHERS B.V.,
kantoor houdende te [adres],
[postcode en vestigingsplaats],
verzoekster,
heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot eigen faillietverklaring.
Het verzoekschrift is op 3 februari 2015 behandeld in raadkamer. Namens verzoekster is daarbij gehoord G.H.J. Bakker, enig aandeelhouder/bestuurder.
De rechtbank overweegt als volgt.
De bevoegdheid tot het doen van eigen aangifte kan worden misbruikt. Zoals volgt uit artikel 3:13 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een bevoegdheid onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.
In de onderhavige eigen aangifte is aangegeven dat de vennootschap geen bezittingen heeft. Dit is ter zitting door de enig aandeelhouder (tevens enig bestuurder) bevestigd. Daarbij is niet gebleken dat hier verandering in zal (kunnen) komen. Bij deze stand van zaken dient er dus bij voorbaat van te worden uitgegaan dat het uitspreken van het faillissement er slechts toe zal leiden dat de nodige werkzaamheden zullen (moeten) worden verricht zonder dat een curator daarvoor een vergoeding zal ontvangen.
Voor de enig aandeelhouder/bestuurder van de vennootschap staat tegelijkertijd nog een mogelijkheid open om de vennootschap te liquideren. Hij kan de ontbinding van de vennootschap bewerkstelligen (artikel 2:19 lid Pro 1, aanhef en onder a, BW). Uit het bepaalde van artikel 2:19 leden Pro 4 en 5 volgt dat, indien er ten tijde van de ontbinding geen baten zijn (te verwachten), geen vereffening volgt en de vennootschap terstond ophoudt te bestaan (‘turbo-liquidatie’).
Het vorenstaande maakt naar het oordeel van de rechtbank dat van de enig aandeelhouder/ bestuurder mag worden verwacht dat hij aannemelijk maakt dat – ondanks voornoemde mogelijkheid tot turbo-liquidatie – het belang bij het doen van de eigen aangifte dient te prevaleren boven, of ten minste even zwaar heeft te wegen als, het belang van de curator om verstoken te blijven van niet-verhaalbare salariskosten. De enig aandeelhouder/bestuurder heeft dit echter niet aannemelijk gemaakt. Integendeel, hij heeft verklaard dat de aanvraag enkel is ingediend omdat de onderneming al sinds ongeveer 2008 of 2009 niet meer actief is en hij de zaken eindelijk afgewikkeld wil hebben. Hieruit leidt de rechtbank af dat zijn belang gelegen is in de wens te komen tot een snelle en gemakkelijke afwikkeling van de onderneming. Niet gesteld of gebleken is dat er beletselen zijn voor het realiseren van een turbo-liquidatie. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat hij naar redelijkheid niet had kunnen komen tot de keuze voor het doen van eigen aangifte in plaats van het gebruik maken van de mogelijkheid van turbo-liquidatie en dat hij, door dat toch te doen, misbruik van bevoegdheid maakt. Het verzoek zal derhalve worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank:
- wijst af het verzoek tot eigen faillietverklaring van:
BAKERSBROTHERS B.V.,
kantoor houdende te [adres],
[postcode en vestigingsplaats].
Gegeven door mr. R. Cats en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2015 om 12.00 uur, in tegenwoordigheid van R. Becker, griffier.
Tegen deze uitspraak kan degene die is verschenen en aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.