ECLI:NL:RBDHA:2015:1968

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2015
Publicatiedatum
25 februari 2015
Zaaknummer
C/09/479797 FT RK 14/2660
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Faillissementswet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens ontbreken pluraliteit vorderingen

Jantje van Leyden B.V. heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot faillietverklaring van A4 BODYFIT B.V., stellende dat deze vennootschap is opgehouden met betalen. Het verzoek betrof een huurvordering van €455.756,92 en een steunvordering van T.L.C. Zoeterhage B.V. inzake servicekosten.

De rechtbank oordeelde dat het vorderingsrecht van verzoekster niet in geschil was, maar dat de steunvordering van T.L.C. Zoeterhage B.V. werd betwist. Er was echter summierlijk gebleken dat deze vordering bestond, onderbouwd met een onbetaalde factuur van december 2012.

Verweerster bracht aan dat de hoofd- en steunvordering nauw verweven waren, omdat beide betrekking hadden op hetzelfde perceel en dezelfde huurovereenkomst, waarbij T.L.C. Zoeterhage B.V. een 100%-dochter was van verzoekster en het bestuur overlappend was. Hierdoor ontbrak de vereiste pluraliteit.

Omdat geen andere steunvorderingen van derden waren ingebracht, concludeerde de rechtbank dat niet aan het pluraliteitsvereiste was voldaan en wees het verzoek tot faillietverklaring af.

Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van A4 BODYFIT B.V. is afgewezen wegens het ontbreken van de vereiste pluraliteit van vorderingen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team insolventies – enkelvoudige kamer
rekestnummer: C/09/479797 / FT RK 14/2660
uitspraakdatum: 10 februari 2015
JANTJE VAN LEYDEN B.V.
verzoekster,
advocaat: mr. P.B.J. van den Oord,
heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot faillietverklaring van:
A4 BODYFIT B.V.,
verweerster.
Verzoekster heeft het faillissement van verweerster aangevraagd stellende dat verweerster verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen nu zij zowel de vordering van verzoekster ad € 455.756,92 (exclusief rente) als andere vorderingen onbetaald laat.
Het verzoekschrift is op 3 februari 2015 behandeld in raadkamer. Namens verweerster is daarbij gehoord R.C. Broersen, bestuurder, alsmede zijn advocaat mr. J.P.S. van Schaik.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Tussen partijen is het vorderingsrecht van verzoekster niet in geschil. Dit vorderingsrecht is gebaseerd op het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis d.d. 21 mei 2014 van deze rechtbank, team kanton Leiden/Gouda, locatie Leiden.
De door verzoekster naar voren gebrachte steunvordering van T.L.C. Zoeterhage B.V. wordt door verweerster betwist. Naar het oordeel van de rechtbank is echter voldoende summierlijk gebleken van het bestaan van het vorderingsrecht van T.L.C. Zoeterhage B.V. Deze vennootschap heeft bij factuur d.d. 1 december 2012 servicekosten voor de maand december 2012 bij verweerster in rekening gebracht en verweerster heeft die factuur onbetaald gelaten. Gebleken is dat verweerster daaraan voorafgaand wel servicekosten aan T.L.C. Zoeterhage B.V. heeft betaald. Het verweer dat die betalingen onder druk hebben plaatsgevonden is niet aannemelijk gemaakt en verweerster heeft ook anderszins onvoldoende omstandigheden aangevoerd op basis waarvan kan worden geoordeeld dat zij de factuur d.d. 1 december 2012 niet dient te betalen.
Verweerster brengt voorts naar voren dat de vordering van verzoekster en de gestelde steunvordering van T.L.C. Zoeterhage B.V. verweven zijn, waardoor niet aan de vereiste pluraliteit wordt voldaan. Dit verweer slaagt. Op grond van hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht gaat de rechtbank ervan uit dat de vordering van verzoekster een huurvordering is en dat de vordering van T.L.C. Zoeterhage B.V. ziet op servicekosten ten aanzien van hetzelfde perceel. Beide vorderingsrechten vinden hun grondslag in (dezelfde) huurovereenkomst, doch de verhuurder heeft er hierbij klaarblijkelijk om haar moverende redenen voor gekozen het beheer van het perceel in handen te geven van een andere vennootschap. Verweerster heeft ter terechtzitting onweersproken naar voren gebracht dat T.L.C. Zoeterhage B.V. een 100%-dochter van verzoekster is en dat het bestuur van beide vennootschappen direct dan wel indirect door dezelfde personen wordt gevormd. Onder deze omstandigheden bestaat naar het oordeel van de rechtbank tussen de vordering van T.L.C. Zoeterhage B.V. en de vordering van verzoekster een zodanig nauwe samenhang dat dit de pluraliteit in de weg staat. Nu door verzoekster geen vorderingen van andere schuldeisers als steunvordering naar voren zijn gebracht, is niet voldaan aan het pluraliteitsvereiste. Dit maakt dat het verzoek zal worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank:
- wijst af het verzoek tot faillietverklaring van:
A4 BODYFIT B.V.,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats], gemeente [X].
Gegeven door mr. R. Cats en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2015 om 12.00 uur, in tegenwoordigheid van R. Becker, griffier.
Tegen deze uitspraak kan degene die is verschenen en aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.