ECLI:NL:RBDHA:2015:1984
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning op waardepeildatum 1 januari 2013
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op waardepeildatum 1 januari 2013, vastgesteld op €270.000. Eiser stelde een lagere waarde van €226.192 voor, onderbouwd met vergelijkingen van andere woningen en argumenten over de staat van onderhoud en de druk op de huizenmarkt.
Verweerder had de waarde bepaald met een systematische vergelijkingsmethode, ondersteund door een matrix en een taxatierapport van een WOZ-taxateur. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede omdat de vergelijkingsobjecten zorgvuldig waren geselecteerd en rekening was gehouden met verschillen in inhoud, kaveloppervlakte en kwaliteit.
De stellingen van eiser over onjuiste inhoudsmaten en de staat van onderhoud werden verworpen. De rechtbank achtte het Kadaster minder geschikt als bron voor inhoudsmaten en vond dat de bouwtekeningen en registraties van verbouwingen betrouwbaarder waren. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de woning significant slechter was dan de vergelijkingsobjecten.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de WOZ-waarde van €270.000. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €270.000 wordt ongegrond verklaard.