ECLI:NL:RBDHA:2015:2214
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen na arbeidsongeschiktheid werknemer
De werknemer trad op 5 september 2011 in dienst bij eiseres als operator en viel op 3 oktober 2011 uit wegens psychische klachten. Verweerder stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast op 3 oktober 2011 en legde een loonsanctie op wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van eiseres.
Eiseres betoogde dat de werknemer reeds arbeidsongeschikt was bij indiensttreding en dat sprake was van een doorlopende ziekteperiode. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende is gebleken dat de werknemer bij aanvang ongeschikt was voor de functie en dat de ziekteperioden niet samengeteld konden worden omdat de uitval na precies vier weken plaatsvond.
Uit medisch en arbeidsdeskundig onderzoek bleek dat de werknemer vanaf januari 2013 duurzaam benutbare mogelijkheden had, maar dat eiseres geen re-integratie-inspanningen heeft verricht. Het argument dat een uitzendbureau minder re-integratieverplichtingen heeft, werd verworpen.
De rechtbank concludeerde dat de loonsanctie terecht is opgelegd en verklaarde het beroep van eiseres ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen en verklaart het beroep ongegrond.