Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
(Verkort vonnis)
[verdachte]
De terechtzitting.
De tenlastelegging.
De geldigheid van de dagvaarding.
De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie; bewijsuitsluiting
geplandeverhoren van aangevers en getuigen verplicht is, indien sprake is van misdrijven waarbij de strafbedreiging 12 jaren gevangenisstraf of meer is en audiovisuele registratie wanneer daarnaast de gehoorde persoon beneden de 16 jaar is. In deze zaak zijn aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gehoord nadat de politie na een melding ter zake van bedreiging naar de woning van [slachtoffer 2] is gegaan, waarna blijkt dat aangevers en getuigen in de woning aanwezig zijn. Nadat duidelijk is dat men aangifte wil doen, worden de aanwezige personen gescheiden en vervolgens worden aangevers in de woonkamer gehoord. Aangever [slachtoffer 1] door verbalisant [verbalisant 1] en aangever [slachtoffer 2] door verbalisant [verbalisant 2] Uit het voorgaande kan worden vastgesteld dat deze verhoren derhalve niet van te voren waren gepland waardoor de Aanwijzing op deze verhoren geen betrekking heeft. Hoewel het horen van personen in dezelfde ruimte uiteraard niet de voorkeur verdient, is de rechtbank, mede gelet op de aanvullende processen-verbaal van bevindingen waaruit blijkt hoe de verhoren feitelijk hebben plaatsgevonden, niet gebleken dat sprake is geweest van onvoldoende waarborgen ter voorkoming van kruisbestuiving. Het enkele gegeven dat de aangevers op essentiële punten en op details gelijk hebben verklaard doet daar op zichzelf niet aan af, waarbij de rechtbank tevens in overweging neemt dat de aangevers, ieder afzonderlijk, door verschillende verbalisanten zijn gehoord.
De bewijsmiddelen.
Bewijsoverwegingen.
De bewezenverklaring.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.
Strafmotivering.
Toepasselijke wetsartikelen.
Beslissing.
1.
POGING TOT AFPERSING, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD OP DE OPENBARE WEG EN TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;
2.
MISHANDELING;
3.
POGING TOT DIEFSTAL, VERGEZELD VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD OP DE OPENBARE WEG;
jeugddetentie voor de duur van 30 DAGEN
15 DAGENniet zal worden ten uitvoer gelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
1 (één) jaarvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit een
leerstraf, zijnde het volgen van een leerproject, te weten de gedragsinterventie
Tools4U Regulier, voor de tijd van
20 UREN;
10 DAGENen