ECLI:NL:RBDHA:2015:2460
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens niet aannemelijk gemaakte identiteit en nationaliteit
Eiser heeft meerdere asielaanvragen ingediend, waarbij hij stelt Nubiër te zijn uit Zuid-Soedan. Eerdere aanvragen zijn afgewezen omdat zijn identiteit en nationaliteit niet geloofwaardig werden geacht. De rechtbank bevestigt dat eiser wederom geen aannemelijk bewijs heeft geleverd ter onderbouwing van zijn afkomst.
De rechtbank past het ne-bis-in-idembeginsel toe, waardoor alleen nieuwe feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn voorgevallen, tot hernieuwde toetsing kunnen leiden. Eiser heeft geen dergelijke nieuwe feiten of relevante rechtswijzigingen aangevoerd. Zijn gestelde bekering tot het christendom en medische situatie worden niet als novum erkend.
Daarnaast is het beroep gericht tegen het onthouden van een vertrektermijn afgewezen. Verweerder heeft gemotiveerd dat er een risico bestaat dat eiser zich aan toezicht onttrekt, mede vanwege eerdere niet nagekomen vertrekverplichtingen en het ontbreken van een vaste verblijfplaats.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en legt geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de vertrektermijn wordt terecht onthouden.