ECLI:NL:RBDHA:2015:2645

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 maart 2015
Publicatiedatum
11 maart 2015
Zaaknummer
- 15 _ 1229
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verzoek voorlopige voorziening intrekking verklaring van rijvaardigheid

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) om haar verklaring van rijvaardigheid in te trekken. De rechtbank ontving stukken van verweerder, waaronder een proces-verbaal van een verhoor bij een autorijschool.

Verweerder verzocht op grond van artikel 8:29 Awb Pro om beperking van de kennisneming van dit proces-verbaal vanwege het lopende strafrechtelijk onderzoek en ter bescherming van persoonsgegevens. De voorzieningenrechter droeg de beslissing over deze beperking aan de rechtbank op.

De rechtbank oordeelde dat de gevraagde beperking van kennisneming gerechtvaardigd is, gelet op het belang van het strafrechtelijk onderzoek en de bescherming van persoonsgegevens. Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.

Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de kennisneming van het proces-verbaal wordt beperkt tot de rechtbank vanwege het lopende strafrechtelijk onderzoek en bescherming van persoonsgegevens.

Uitspraak

Rechtbank den haag
Bestuursrecht
Zaaknummer: SGR 15/1229
beslissing als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

(gemachtigde: mr. A.R.A.L. Norenburg)
en

de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerder.

(gemachtigde: mr. E.C. Berkhouwer)

Overwegingen

Verzoekster heeft bij brief van 12 februari 2015 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend ten aanzien van het besluit van verweerder van 6 februari 2015, waarbij de aan verzoekster afgegeven verklaring van rijvaardigheid is ingetrokken.
Verweerder heeft op 23 februari 2015 de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend waaronder het proces-verbaal van het verhoor van de houder van [autorijschool]. Verweerder heeft de voorzieningenrechter in het geval van bedoeld proces-verbaal verzocht toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb.
De voorzieningenrechter van de rechtbank heeft de beslissing als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, van de Awb opgedragen aan de rechtbank in onderstaande samenstelling.
Ingevolge artikel 8:29, eerste lid, van de Awb kunnen partijen die verplicht zijn inlichtingen te geven dan wel stukken over te leggen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken weigeren of de rechtbank mededelen dat uitsluitend zij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken.
De rechtbank acht de verzochte beperking van de kennisneming van bedoeld proces-verbaal met het oog op het nog lopende strafrechtelijke onderzoek alsook uit het oogpunt van bescherming van persoonsgegevens gerechtvaardigd.

Beslissing

De rechtbank bepaalt dat de verzochte beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
Aldus gegeven op 3 maart 2015 door mr. J.M. Ghrib, rechter, in tegenwoordigheid van de griffier C.A.Y. Morison-Libourel.
Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld, dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.