Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De feiten in conventie en in reconventie
, welke de volgende diensten zal verlenen:
2.Het geschil
3.De beoordeling van het geschil
gedelegeerdaan haar werkmaatschappij IS&F. 'Delegatie' brengt echter niet mee dat IS&F voor wat betreft die verplichtingen de contractuele wederpartij van [A] is geworden. Dat was en blijft (alleen) IPQ&R, als franchisegever. Dit volgt ook min of meer uit lid 2 van het gewijzigde artikel 6 van Pro de franchiseovereenkomst, zoals opgenomen in de allonge. Daarin verplicht immers uitsluitend IPQ&R zich te beijveren diensten aan te bieden die het succesvol functioneren van [A] bevorderen, eenvoudig maken en leiden tot kostenbesparing dan wel opbrengstverhoging. Die verplichting rust - blijkens de tekst van de bepaling - niet (ook) op IS&F, die daarvoor door IPQ&R enkel als hulppersoon wordt ingeschakeld. IPQ&R heeft [A] - blijkens de onder 1.8. vermelde brief van 27 november 2013 - ook in gebreke gesteld ter zake van de betalingsachterstand en niet IS&F. Het voorgaande betekent dat [A] niet kan worden gevolgd in haar stelling dat het - middels de allonge - gewijzigde artikel 6 lid 1 van Pro de franchiseovereenkomst moet worden aangemerkt als een 'derdenbeding' (in de zin van artikel 6:253 en Pro volgende van het Burgerlijk Wetboek). Te minder nu van een derdenbeding slechts sprake kan zijn in geval van een beding
ten behoeve vaneen derde (in casu: IS&F), terwijl het bepaalde in het gewijzigde lid 1 van artikel 6 - in de visie van [A] - uitsluitend een verplichting
ten laste vanIS&F bevat.