ECLI:NL:RBDHA:2015:3153
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking verklaring van rijvaardigheid wegens vermoedens van fraude
Verzoekster heeft tegen de intrekking van haar verklaring van rijvaardigheid door het CBR een voorlopige voorziening gevraagd. Het CBR baseerde de intrekking op een bestuurlijke rapportage naar aanleiding van een politieonderzoek waaruit bleek dat een examinator tegen betaling kandidaten liet slagen, waaronder kandidaten van de rijschool waar verzoekster haar examen aflegde.
Verzoekster voerde aan dat er onvoldoende bewijs is dat zij onterecht is geslaagd en dat zij haar rijbewijs nodig heeft vanwege haar beperkte mobiliteit en zorg voor haar gezin. De voorzieningenrechter overwoog dat het politieonderzoek een sterk vermoeden van fraude oplevert, mede omdat verzoekster na zestien keer zakken wisselde naar de verdachte rijschool en daar na tien lessen slaagde.
Hoewel verzoekster niet expliciet als betrokkene in het strafrechtelijk onderzoek wordt genoemd, rechtvaardigt het sterke vermoeden de intrekking. Het belang van verkeersveiligheid weegt zwaarder dan het belang van verzoekster bij het behouden van haar rijbewijs. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid wordt afgewezen.