ECLI:NL:RBDHA:2015:3369
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming verhuizing minderjarige naar buitenland en Hawaï
De moeder verzocht om vervangende toestemming om met de minderjarige primair naar het buitenland en subsidiair naar Hawaï te verhuizen, omdat haar echtgenoot, een Amerikaans militair, daar gestationeerd is. Zij stelde dat dit in het belang van het kind was vanwege goede huisvesting, tweetalige opvoeding en het salaris van haar echtgenoot. De vader verzette zich tegen de verhuizing vanwege het risico op ernstige aantasting van de ouder-kindband en het feit dat het voorgestelde contact via Skype en vakanties onvoldoende was.
De rechtbank overwoog dat het belang van de minderjarige bij persoonlijk en regelmatig contact met beide ouders essentieel is, zeker gezien zijn jonge leeftijd. De noodzaak tot verhuizing was onvoldoende concreet onderbouwd, mede omdat niet vaststond dat de moeder geen werk in Nederland kon vinden en de echtgenoot mogelijk ook in Europa gestationeerd zou worden.
De rechtbank concludeerde dat de verhuizing naar Hawaï het contact tussen vader en kind ernstig zou belemmeren, en dat moderne communicatiemiddelen onvoldoende compensatie bieden. Daarom werd het primaire en subsidiaire verzoek afgewezen. Tevens werd een definitieve zorgregeling vastgesteld die het contact tussen vader en kind waarborgt, waarbij de huidige regeling grotendeels gehandhaafd blijft met enkele kleine aanpassingen.
Uitkomst: Verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing naar het buitenland en Hawaï is afgewezen; de minderjarige blijft bij de vader met een definitieve zorgregeling.