17.4Het standpunt van verweerder dat Dr. Van Saane er geen rekening mee heeft gehouden dat verklaringen inzake een bekering onder valse voorwendselen kunnen zijn afgelegd, wordt door de rechtbank niet gevolgd. In het algemene deel van het rapport heeft Dr. Van Saane uiteengezet aan de hand van welke objectieve criteria kan worden beoordeeld of een proces van bekering als geloofwaardig kan worden aangemerkt. Dat veronderstelt de mogelijkheid dat iemand ook ongeloofwaardige verklaringen aflegt over een gestelde bekering. De door haar nader toegelichte criteria van de interne en externe consistentie van het gestelde bekeringsproces dienen juist om de geloofwaardige bekering te kunnen onderscheiden van de ongeloofwaardige bekering.
18. Uit het voorgaande volgt dat verweerder zijn standpunt dat de bekering van eiseres tot het christelijk geloof ongeloofwaardig is, onvoldoende heeft gemotiveerd. Verweerder heeft niet zonder nadere motivering aan de inhoud van het rapport van Dr. Van Saane voorbij kunnen gaan. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de conclusies van dit rapport mogelijk (slechts) kan weerleggen door het uitbrengen van een contra-expertise.
De in de laatste volzin van rechtsoverweging 14 genoemde jurisprudentie geldt naar het oordeel van de rechtbank derhalve niet (zomaar) voor het rapport van Dr. Van Saane.
De beroepsgrond slaagt.
19. De beroepen zijn gegrond. De bestreden besluiten zijn in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Nu de beroepen om deze reden gegrond zijn, komt de rechtbank aan de beoordeling van de overige beroepsgronden niet meer toe. De rechtbank benadrukt daarbij dat eisers niet op alle punten van het geschil gelijk hebben gekregen. In de uitspraak heeft de rechtbank uitdrukkelijk en zonder voorbehoud beroepsgronden verworpen. Als eisers het daarmee niet eens zijn en willen voorkomen dat dit oordeel van de rechtbank komt vast te staan, zullen zij tegen deze uitspraak hoger beroep moeten instellen.
20. De rechtbank ziet, gelet op het feit dat aan de bestreden besluiten een motiveringsgebrek kleeft, de aard van het geconstateerde gebrek en het feit dat niet is uitgesloten dat tot een nader gehoor dan wel nader onderzoek besloten zal worden, geen aanleiding tot toepassing van de bestuurlijke lus als bedoeld in artikel 8:51a van de Awb.
21. De rechtbank zal de bestreden besluiten derhalve vernietigen. Verweerder zal daarom nieuwe besluiten moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.
22. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.470,- (2 maal 1 punt voor het indienen van de beroepschriften en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 490,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze
uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van
€ 1.470,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.G.H. Seerden, rechter, in aanwezigheid van
mr. Y.L.J. Kuypers-Damoiseaux, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
27 maart 2015.
w.g. Y. Damoiseaux,
griffier
w.g. Seerden
rechter
Voor eensluidend afschrift:
de griffier,
Afschrift verzonden aan partijen op: 27 maart 2015