ECLI:NL:RBDHA:2015:4134
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaar tegen bepalen en verwerken DNA-profiel wegens bijzondere omstandigheden
Veroordeelde werd in 2010 veroordeeld voor vernieling en huisvredebreuk met een voorwaardelijke gevangenisstraf. In 2014 werd op bevel van de officier van justitie DNA-materiaal van hem afgenomen. Veroordeelde maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA.
De rechtbank oordeelt dat de afname en verwerking van het DNA-materiaal disproportioneel is gezien de aard van het misdrijf, de bijzondere omstandigheden waaronder het is gepleegd en het verloop van tijd. Daarbij wordt meegewogen dat de bezwaren van medeveroordeelden in soortgelijke zaken reeds gegrond zijn verklaard.
De rechtbank concludeert dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel niet van betekenis zal zijn voor de opsporing of berechting van strafbare feiten en verklaart het bezwaar gegrond. De officier van justitie wordt bevolen het celmateriaal terstond te vernietigen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt gegrond verklaard en het DNA-materiaal wordt vernietigd.