ECLI:NL:RBDHA:2015:4398
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid na afwijzing uitstelverzoek
Verzoeker had in een bestuursrechtelijke procedure tegen de Belastingdienst Rijnmond meerdere uitstelverzoeken ingediend vanwege chronische ziekte. Nadat het tweede uitstelverzoek op 23 december 2014 door de rechter was afgewezen, diende verzoeker op 7 januari 2015 een wrakingsverzoek in tegen de rechter die het uitstel had geweigerd.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 26 januari 2015, waarbij verzoeker en de rechter niet aanwezig waren. De Belastingdienst Rijnmond was wel vertegenwoordigd. De wrakingskamer overwoog dat het afwijzen van een uitstelverzoek een procesrechtelijke beslissing is die in principe geen grond voor wraking vormt.
De wrakingskamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Dergelijke omstandigheden waren niet gesteld of gebleken.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing werd openbaar uitgesproken door drie rechters van de wrakingskamer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde aanwijzingen voor vooringenomenheid.