ECLI:NL:RBDHA:2015:4551
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft de kantonrechter gewraakt vanwege een vermeende vooringenomenheid en een actieve rol tijdens de comparitie, waarbij volgens hem de kantonrechter onterecht informanten als procespartij behandelde en verzoeker niet voldoende liet uitspreken.
De kantonrechter ontkende deze beschuldigingen en stelde dat haar handelen binnen de grenzen van een actieve procesvoering viel en dat hoor en wederhoor waren toegepast. Tevens ontkende zij persoonlijke of zakelijke banden met betrokkenen.
De wrakingskamer oordeelde dat processuele beslissingen zoals het horen van informanten en het wegen van stukken in principe geen wrakingsgrond vormen, tenzij sprake is van een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid, wat hier niet het geval was.
De actieve rol van de kantonrechter tijdens de comparitie werd als passend binnen de huidige civiele procespraktijk beoordeeld. Ook het vermeende bestuurslidmaatschap van de kantonrechter in een stichting met een familielid van een gemachtigde leverde geen aanwijzing voor vooringenomenheid op.
Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen en de procedure wordt voortgezet in de stand van zaken ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen en de procedure wordt voortgezet.