ECLI:NL:RBDHA:2015:4560
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte schietincident Leidschendam wegens onvoldoende bewijs
Op 3 september 2014 vond een schietincident plaats te Leidschendam waarbij een 28-jarige man in de rug werd geschoten en een dag later overleed. Verdachte werd verdacht van moord of doodslag en wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank onderzocht of verdachte het schot had gelost of als medepleger kon worden aangemerkt.
Uit getuigenverklaringen, forensisch onderzoek en schotrestenonderzoek bleek onvoldoende bewijs dat verdachte de schutter was. Het signalement van verdachte kwam niet volledig overeen met dat van de man met het vuurwapen. Schotresten op verdachte waren minimaal en konden ook door nabijheid verklaard worden. Ook was onduidelijk of verdachte betrokken was bij de vrijheidsberoving voorafgaand aan het incident.
De rechtbank concludeerde dat verdachte niet wettig en overtuigend kon worden bewezen als dader of medepleger van het doden van het slachtoffer en sprak hem vrij. Tevens werden de vorderingen van de benadeelden tot schadevergoeding afgewezen wegens de vrijspraak. De vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen werden eveneens afgewezen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van moord, doodslag en wederrechtelijke vrijheidsberoving wegens onvoldoende bewijs.