Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
West-Vlisterdijk, zich zodanig heeft gedragen dat een
althans onvoldoende rechts gehoudenwaardoor hij (gedeeltelijk) op de rijbaan en/of de fietsstrook,
3.Bewijsoverwegingen
naasteen andere fietser reed waardoor er onvoldoende ruimte was om de lijnbus te passeren. De lijnbus heeft de onderbroken fietssuggestiestrook niet aan de linkerzijde overschreden. De raadsvrouw heeft er daarbij op gewezen dat de plaats waar de afgebroken buitenspiegel is aangetroffen, dit alternatieve scenario onderschrijft.
overde fietsstrook kwam. Getuige [getuige 1] heeft in dit verband verklaard dat de lijnbus een slinger maakte waardoor de wielrenners onvoldoende ruimte hadden om de lijnbus te passeren, hetgeen ook volgt uit de verklaring van getuige [getuige 2].
- de verdachte ervan op de hoogte was dat de West-Vlisterdijk een onoverzichtelijke en gevaarlijke weg is;
- de verdachte op het moment van de aanrijding ongeveer 37 kilometer per uur reed, terwijl de toegestane maximumsnelheid 60 kilometer per uur bedroeg;
- de West-Vlisterdijk ter plaatse voldoende breed is om een fietser en een lijnbus elkaar te laten passeren;
- de fietsers ten tijde van de aanrijding achter elkaar reden;
- het zicht, ondanks de zichtbelemmering, zodanig was dat de bestuurder van de bus de naderende fietsers tijdig had kunnen waarnemen;
- de verdachte de fietsers niet heeft zien aankomen;
- de verdachte kort voor het ongeval de lijnbus richting de fietsers heeft gestuurd waardoor onvoldoende ruimte voor de fietsers overbleef om de lijnbus te passeren.
opzettelijkin de richting van de fietsers heeft gestuurd. Twee van de drie fietsers hebben verklaard dat de bus tweemaal in hun richting stuurde. De andere fietser heeft waargenomen dat bus eenmaal in hun richting stuurde en ook de automobilist die achter de lijnbus reed, maakt melding van een enkele slingerbeweging. Concrete feiten en omstandigheden die wijzen op het welbewust sturen van de bus in de richting van de fietsers zijn echter niet uit het dossier op te maken. De rechtbank kan daardoor dan ook niet méér vaststellen dan dat verdachte onvoldoende rechts heeft gehouden bij het passeren van de fietsers.
of omstreeks17 september 2013 te Haastrecht, gemeente Vlist, als
roekeloos,
,onvoorzichtig en
/ofonoplettend, als
, immers
op die fietsstrook rijdendefietser is gebotst
, althans mee in
een ander (genaamd[slachtoffer]
)werd gedood.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht;
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
8.De beslissing
taakstrafvoor de tijd van
240(tweehonderdveertig)
UREN;
120(honderdtwintig)
DAGEN;
6(zes)
MAANDEN;
12(twaalf)
MAANDEN;