ECLI:NL:RBDHA:2015:5007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verlies geldigheid rijbewijs op grond van artikel 123b WVW
De politierechter in de rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het besturen van een motorrijtuig terwijl zijn rijbewijs volgens artikel 123b van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) zijn geldigheid zou hebben verloren. De verdachte was niet verschenen tijdens de terechtzitting van 24 april 2015.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van vijftien dagen en stelde dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was. Artikel 123b WVW bepaalt dat een rijbewijs zijn geldigheid verliest indien de houder onherroepelijk is veroordeeld voor rijden onder invloed met een alcoholgehalte boven de wettelijke limiet binnen vijf jaar na die veroordeling.
De politierechter oordeelde dat uit het dossier niet blijkt dat de eerdere veroordeling van 13 maart 2014 een alcoholgehalte boven de norm betrof. De opgelegde straf kan ook verklaard worden door eerdere veroordelingen of ander gevaarlijk rijgedrag. Daarom is niet bewezen dat het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren volgens artikel 123b WVW. De verdachte werd vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet bewezen is dat zijn rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren op grond van artikel 123b WVW.