Op 30 april 2015 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak betreffende een woningoverval waarbij meerdere slachtoffers met een vuurwapen en mes werden bedreigd. De verdachte werd ervan verdacht samen met een medeverdachte deze overval te hebben gepleegd. De officier van justitie baseerde haar bewijs onder meer op een gesprek tussen de verdachten in een arrestantenbus en een telefoongesprek na een televisie-uitzending.
De verdediging voerde aan dat de verdachte op het moment van de overval elders was en dat het bewijs onvoldoende was om schuld vast te stellen. De rechtbank oordeelde dat het belangrijkste bewijsmiddel, het gesprek in de arrestantenbus, onvoldoende aanwijzingen bevatte voor betrokkenheid van de verdachte. Ook andere bewijsstukken boden geen overtuigend bewijs.
De rechtbank sprak de verdachte vrij omdat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat hij de overval had gepleegd. Daarnaast werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding wegens het ontbreken van een concreet schadebedrag. Tenslotte werd de teruggave van in beslag genomen goederen aan de verdachte gelast.