Uitspraak
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
4.De strafbaarheid van de feiten
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
50 UREN;
25 DAGENen
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 30 april 2015 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte geboren in 1997, die samen met medeverdachten handelingen ter voorbereiding van een diefstal met geweld in vereniging heeft verricht. De verdachte en zijn medeverdachten maakten gedetailleerde plannen voor een overval op een Surinaamse winkel, waarbij onder meer een vuurwapen en een gestolen fiets werden ingezet.
Uit onderzoek van WhatsApp-berichten tussen de verdachten en verklaringen van medeverdachten bleek dat zij de overval zorgvuldig voorbereidden, inclusief de verdeling van buit en het gebruik van wapens en bivakmutsen. De verdachte bekende de diefstal van een fiets, die als vervoermiddel voor de overval zou dienen. De verdediging voerde onder meer aan dat het bewijs onvoldoende was en dat het beoogde delict niet had kunnen plaatsvinden, maar de rechtbank verwierp deze verweren.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig maakte aan medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweld en aan fietsendiefstal in vereniging. Gelet op de ernst van de feiten, het oogmerk van geldelijk gewin, en de positieve persoonlijke omstandigheden van de verdachte, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 8 dagen (reeds doorgebracht) en een werkstraf van 50 uur op.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 8 dagen jeugddetentie en 50 uur werkstraf voor medeplegen voorbereiding diefstal met geweld en fietsendiefstal in vereniging.