Uitspraak
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
4.De strafbaarheid van het feit
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
60 UREN;
30 DAGEN;
Rechtbank Den Haag
De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van de voorbereiding van een diefstal met geweld in vereniging in de periode 2013 te Rijswijk en/of Den Haag. De tenlastelegging betrof het verwerven en voorhanden hebben van een fiets, een gsm en een vuurwapen, bestemd voor het plegen van het misdrijf.
Tijdens het onderzoek kwam via WhatsApp-berichten en verklaringen van medeverdachten naar voren dat er gedetailleerde plannen waren gemaakt voor een overval op een Surinaamse winkel, inclusief het gebruik van een vuurwapen, een mes, bivakmutsen en een gestolen fiets als vluchtmiddel. De verdachte was actief betrokken bij de communicatie en voorbereiding, wat wettig en overtuigend bewezen werd verklaard.
De verdediging voerde aan dat de verdachte geen opzet had en slechts stoer deed, maar de rechtbank oordeelde dat de inhoud en strekking van de gesprekken en handelingen dit niet aannemelijk maakten. Er werd geen bewijs gevonden voor het gebruik van een blanke sleutel als voorbereidingsmiddel.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, het positieve advies van de Raad en het ontbreken van eerdere veroordelingen. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur, bestaande uit 30 dagen onbetaalde arbeid, met vervangende jeugddetentie bij niet-nakoming.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur wegens medeplegen van voorbereiding van een diefstal met geweld in vereniging.