Verdachte wordt verdacht van het gooien van hete melk en voorwerpen naar agenten en anderen op 16 maart 2015, en is sindsdien in voorarrest. Haar raadsvrouw verzocht op grond van artikel 509a Sv om vaststelling dat verdachte geestelijk niet in staat is haar belangen te behartigen vanwege een vermoedelijke psychische stoornis.
Diverse medische verklaringen en observaties van het Penitentiair Psychiatrisch Centrum Zwolle wijzen op een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld met psychotische belevingen. Verdachte vertoonde katatonisch gedrag en was aanvankelijk niet in staat tot communicatie, maar haar toestand verbeterde na dwangmedicatie.
In de raadkamer verklaarde verdachte dat zij ziek is en zich onrustig voelt, maar gaf aan niet volledig te begrijpen wat er speelt. De officier van justitie verzette zich tegen het verzoek, stellende dat verdachte coherent kon antwoorden en dat een NIFP-rapportage werd aangevraagd.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestaat en dat verdachte daardoor niet in staat is haar belangen behoorlijk te behartigen. Dit vermoeden leidt tot toewijzing van het verzoek ex artikel 509a Sv, met de mogelijkheid tot herroeping bij nieuwe informatie.