Uitspraak
Rechtbank Den Haag
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2]
Rechtbank Den Haag
Eiser vordert dat gedaagden een rectificatie ter goedkeuring voorleggen en verzenden aan personen die geïnformeerd zijn over de vermeende verkrachting van hun dochter door eiser, alsmede excuses aanbieden. Dit naar aanleiding van een brief van de dochter waarin zij beschuldigingen uitte, die eiser ontkent.
Gedaagden hebben het verhaal van hun dochter gedeeld met een beperkte kring om confrontaties met eiser te vermijden, en hebben geweigerd de uitlatingen te rectificeren of excuses aan te bieden. Eiser stelt dat hij hierdoor emotioneel lijdt en sociaal wordt gemeden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagden niet onrechtmatig hebben gehandeld, aangezien zij slechts hebben doorgegeven wat hun dochter heeft verteld en het verbreken van contact met eiser een recht is. Het openbaar maken van een rectificatie of het afdwingen van excuses is niet gerechtvaardigd. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot rectificatie en excuses wordt afgewezen; eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.