Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 21 september 2012, met producties 1 tot en met 14;
- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid van 18 juni 2014;
- de conclusie van antwoord in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid van 2 juli 2014;
- de akte uitlating toepasselijkheid artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van gedaagde van 16 juli 2014;
- het tussenvonnis van 22 oktober 2014;
- de akte houdende uitlatingen van 19 november 2014 van Brite Strike Inc aangaande het tussenvonnis van 22 oktober 2014.
2.De feiten
3.De vordering in het incident
4.De beoordeling in het incident
Behoudens uitdrukkelijk afwijkende overeenkomst wordt de territoriale bevoegdheid van de rechter inzake merken of tekeningen of modellen bepaald door de woonplaats van de gedaagde of door de plaats, waar de in geding zijnde verbintenis is ontstaan, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. De plaats waar een merk of tekening is gedeponeerd of ingeschreven kan in geen geval op zichzelf grondslag zijn voor het bepalen van de bevoegdheid.
(…) De rechters passen de in lid 1 (…) gegeven regelen ambtshalve toe en stellen hun bevoegdheid uitdrukkelijk vast.