Eiser ontving studiefinanciering volgens de norm van een uitwonende student vanaf oktober 2012. Verweerder herzag deze toekenning bij bericht van 11 december 2013 en stelde de norm bij naar die van een thuiswonende student, met terugwerkende kracht vanaf oktober 2012.
Eiser maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens het overschrijden van de bezwaarperiode. Eiser stelde dat de herziening niet als een besluit kwalificeerde en dat de bezwaarclausule onvoldoende kenbaar was gemaakt, mede omdat deze op de achterzijde van het bericht stond en het bericht de indruk wekte van een administratieve wijziging.
De rechtbank oordeelde dat de herziening een beschikking is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het een schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling betreft die rechtsgevolgen heeft. De bezwaarclausule was volgens de rechtbank voldoende kenbaar gemaakt, ook al stond deze op de achterzijde, omdat op de voorzijde werd verwezen naar de toelichting. De termijn voor bezwaar was derhalve correct, en het niet tijdig indienen van het bezwaar kon niet worden gerechtvaardigd.
Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.