ECLI:NL:RBDHA:2015:6625
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen boete Wet arbeid vreemdelingen wegens gebrek aan belanghebbendheid
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening van een vennootschap onder firma (v.o.f.) tegen een bestuurlijke boete van €12.000,- opgelegd aan een natuurlijk persoon wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen. De boete was gericht aan de natuurlijke persoon, omdat sprake was van een gezagsverhouding tussen de vennoten, waardoor de v.o.f. als schijnconstructie werd beschouwd.
De voorzieningenrechter stelde ambtshalve de vraag of de v.o.f. als belanghebbende kon worden aangemerkt. Gezien de boeteoplegging aan de natuurlijke persoon en het ontbreken van een materieel belang bij de v.o.f., werd geconcludeerd dat de v.o.f. geen belanghebbende was. Verzoekster ontkende de ontvangst van het besluit, maar verweerder had aannemelijk gemaakt dat het besluit correct was verzonden naar het woonadres van verzoekster.
Het betoog dat het besluit naar de gemachtigde had moeten worden verzonden werd verworpen vanwege het ontbreken van bewijs van tijdige machtiging. Andere aangevoerde gronden, zoals verwarring over vennoten, werden niet inhoudelijk beoordeeld. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vennootschap onder firma werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belanghebbendheid en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.