ECLI:NL:RBDHA:2015:6667
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan na vertrek en terugkeer zonder werk
Eiseres, een familielid van een gemeenschapsonderdaan (referent), voerde beroep aan tegen het besluit van de staatssecretaris om haar verblijfsrecht te beëindigen. Het verblijfsrecht was afhankelijk van het rechtmatig verblijf van de referent, die zich op 19 januari 2010 uitschreef uit de Basisregistratie Personen (BRP) en vertrok naar Spanje. Hij schreef zich pas op 14 februari 2011 weer in, meer dan twaalf maanden later.
De rechtbank oordeelde dat het verblijfsrecht van de referent met zijn vertrek en uitschrijving uit de BRP was vervallen, omdat hij langer dan twaalf maanden afwezig was geweest en niet als economisch actieve gemeenschapsonderdaan was teruggekeerd. Het beroep op artikel 8.15 van het Vreemdelingenbesluit, dat verblijf bij afwezigheid tot twaalf maanden beschermt, faalde.
Eiseres stelde dat het gezinsinkomen haar partner als economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan recht op verblijf gaf, maar de rechtbank verwierp dit omdat haar inkomen niet als legale bron kon gelden na het vervallen van haar verblijfsrecht. Ook het beroep op voortgezet verblijf na een relatie van meer dan drie jaar werd afgewezen omdat het verblijfsrecht al was geëindigd.
De rechtbank wees het beroep af en wees tevens het verzoek om een voorlopige voorziening af, aangezien de uitspraak op het beroep was gedaan. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.