Uitspraak
REchtbank DEN Haag
[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster,
het college van burgemeester en wethouders van [plaats] , verweerder,
[belanghebbende], te [plaats] , (gemachtigde: mr. H. Eijer).
Rechtbank Den Haag
Op 1 mei 2015 verleende het college van burgemeester en wethouders een evenementenvergunning voor het houden van een kermis op de Markt in een plaats, gepland van 15 tot en met 19 juli 2015. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege geluidsoverlast en overlast van kermis- en uitgaanspubliek.
De voorzieningenrechter voerde een voorlopige rechtmatigheidstoets uit waarbij werd vastgesteld dat de kermis als evenement van categorie 3 geldt, waarbij vanwege de korte afstand tot woningen strikte voorwaarden gelden. De vergunning bevat geluidsvoorschriften en maatregelen om overlast te beperken, zoals een verbod op sirenes, uniforme muziek op één geluidsniveau, alcoholverbod en aanwezigheid van handhavers.
Verzoekster stelde dat de kermis als collectief evenement moest worden aangemerkt en dat geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit ten onrechte niet waren toegepast, maar dit werd verworpen. De voorzieningenrechter concludeerde dat het belang van verzoekster onvoldoende spoedeisend was en dat het bestreden besluit naar verwachting in stand zal blijven.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de evenementenvergunning voor de kermis is afgewezen.