ECLI:NL:RBDHA:2015:7198
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering
Verzoekster, afkomstig uit China, heeft asiel aangevraagd op grond van vervolging wegens haar bekering tot het christendom. De aanvraag werd afgewezen omdat haar bekering en de daaraan verbonden omstandigheden niet geloofwaardig zijn bevonden. Zij kon geen ondersteunende documenten overleggen, haar verklaringen waren vaag en summier, en zij beschikte over onvoldoende kennis van het christendom. Ook het weggooien van haar paspoort en vliegticket werd als verdacht beoordeeld.
Hoewel verzoekster een plausibele verklaring gaf voor het te late melden bij de Nederlandse autoriteiten en het ontbreken van documenten vanwege het ontbreken van een doopakte, kon dit niet leiden tot een geslaagd beroep. De voorzieningenrechter volgde verweerder in het oordeel dat de bekering niet aannemelijk is gemaakt, mede omdat verzoekster onvoldoende inzicht gaf in het proces en motief van haar bekering. De naam van de oudere vrouw die haar tot het christendom bracht, werd niet overtuigend toegelicht.
De rechtbank oordeelde dat de gebeurtenissen die verband houden met de bekering, zoals de inval bij een huiskerk, niet geloofwaardig zijn. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bekering van verzoekster niet geloofwaardig is.