ECLI:NL:RBDHA:2015:7403
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- J. Ghrib
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting raamprostitutie-inrichting wegens mensenhandel
Verzoeker exploiteert een raamprostitutie-inrichting die door verweerder voor drie maanden is gesloten vanwege de aanwezigheid van slachtoffers van mensenhandel. De sluiting volgt op een opsporingsonderzoek van de Koninklijke Marechaussee waarbij is vastgesteld dat drie vrouwen, aangemerkt als slachtoffers, in de inrichting hebben gewerkt.
Verzoeker betwist kennis te hebben gehad van de mensenhandel en stelt dat hij adequaat heeft gehandeld door de vrouwen aan te melden voor een intakegesprek. Hij benadrukt dat hij geen signalen van dwang heeft opgemerkt en dat de vrouwen volledige bewegingsvrijheid hadden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het enkel aantreffen van slachtoffers in de inrichting voldoende grond is voor sluiting, ongeacht actieve betrokkenheid van verzoeker. Het beleid schrijft sluiting voor bij mensenhandel, waarbij de duur kan variëren van 3 tot 12 maanden. De rechter acht de matiging naar drie maanden passend gezien de omstandigheden.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het algemeen belang bij sluiting zwaarder weegt dan het belang van verzoeker, die niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de sluiting failliet zal gaan. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de raamprostitutie-inrichting wordt afgewezen.