ECLI:NL:RBDHA:2015:751
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige naar België na ongeoorloofde vasthouding in Nederland
De vader verzocht de onmiddellijke terugkeer van zijn zoon naar België, nadat de moeder de minderjarige zonder toestemming in Nederland hield. De moeder voerde verweer met beroep op weigeringsgronden uit het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV), waaronder gevaar voor het kind en verzet van het kind.
De rechtbank oordeelde dat de vasthouding in Nederland ongeoorloofd was en dat de onmiddellijke terugkeer volgens het Verdrag moest worden gelast, omdat minder dan een jaar was verstreken sinds de vasthouding. Het beroep van de moeder op de weigeringsgronden faalde, omdat de Belgische autoriteiten voldoende bescherming konden bieden en het kind niet voldoende rijp was om zijn verzet te laten gelden.
De rechtbank benadrukte het belang van snel contactherstel tussen vader en kind en stelde een terugkeerdatum vast op 10 maart 2015, met het advies professionele hulp in te schakelen voor de verwerking van trauma's. De moeder werd verplicht de minderjarige met geldige reisdocumenten aan de vader af te geven. De Nederlandse rechter verklaarde zich onbevoegd voor het vaststellen van een zorgregeling.
Uitkomst: De rechtbank gelast de terugkeer van de minderjarige naar België uiterlijk op 10 maart 2015 en verplicht de moeder tot afgifte met geldige reisdocumenten.