ECLI:NL:RBDHA:2015:7805
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek VAR-WUO wegens onvoldoende bewijs zelfstandigheid
Eiser, werkzaam in de sloop van kassen voor diverse opdrachtgevers, vroeg om een VAR-WUO, maar verweerder gaf een VAR-ROW af. Eiser stelde dat hij aan de voorwaarden voor een VAR-WUO voldeed, zoals meerdere opdrachtgevers, eigen naam, facturering, urencriterium en ondernemersrisico. Verweerder handhaafde de VAR-ROW en eiser stelde beroep in.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als zelfstandig ondernemer werkt. De overgelegde overeenkomsten boden onvoldoende inzicht in de aard van de arbeidsrelatie. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eiser geen concrete vergelijkingen kon aantonen.
Daarmee was het beroep ongegrond en werd de beschikking VAR-ROW bevestigd. De rechtbank wees tevens een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van de VAR-WUO is ongegrond verklaard en de VAR-ROW beschikking gehandhaafd.