Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
F. Saïd, tolk in de Koerdische taal (Sorani). Ter zitting is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Eiseres heeft in beroep betwist dat zij haar joodse geloof in Irak in vrijheid kan belijden en stelt dat zij vanwege haar joodse identiteit en religie gevaar loopt. Zij wijst erop dat een joodse gemeenschap in (Noord)-Irak ontbreekt, omdat de joden niet voor hun identiteit en geloof durven uit te komen. Verder is zij vanwege het feit dat haar vader moslim is op grond van de Iraakse wetgeving gedwongen geregistreerd als moslima. Door het joodse geloof in Irak openlijk te belijden geldt zij voortaan als afvallige moslima. Daarop staat de doodstraf. Eiseres wijst verder op het oprukken van IS(IS) in Irak, ook op Koerdisch grondgebied. In dit verband heeft zij overgelegd het rapport ‘UNHCR Position on returns to Iraq’ van de UNHCR (The UN Refugee Agency) van oktober 2014. Voorts heeft ze een brief van verweerder van 7 augustus 2014 overgelegd, waarin verweerder aangeeft zich in het licht van de recente ontwikkelingen in Irak te beraden over de (veiligheids)situatie in Irak. Ook uit deze brief blijkt volgens eiseres dat de informatie in het algemeen ambtsbericht over Irak van 20 december 2013 inmiddels achterhaald is. Voorts stelt eiseres dat zij als alleenstaande vrouw tot een kwetsbare minderheidsgroepering behoort. Dit geldt naar haar mening niet alleen voor Centraal- en Zuid-Irak, maar ook voor de Koerdische Autonome Regio (KAR).
mogelijkte herleiden is tot de regio Suleymaniya in Noord-Irak. De rechtbank concludeert dat eiseres derhalve niet
eenduidigte herleiden is tot de Noord-Iraakse regio en dat twijfel bestaat over haar herkomst.
Religieuze minderheidsgroepen zijn kwetsbaar, omdat ze klein in aantal zijn en geen tribaal netwerk hebben om op terug te vallen. Daardoor lopen minderheidsgroepen een groter risico om slachtoffer te worden van discriminatie, criminaliteit en geweld. Vrouwen en minderjarigen behorende tot een (religieuze) minderheidsgroep zouden extra kwetsbaar zijn. In Centraal- en Zuid-Irak kunnen individuen die tot een religieuze minderheid behoren in het algemeen niet rekenen op bescherming van de autoriteiten als zij zich vanwege hun minderheidsstatus bedreigd voelen, hoewel zij daar volgens de wet wel recht op hebben. Dit heeft voornamelijk te maken met onmacht van de zijde van de Iraakse veiligheidstroepen en niet zozeer met een gebrek aan bereidwilligheid.” … “ In de verslagperiode vonden er in Centraal- en Zuid-Irak geregeld intimidaties, bedreigingen en geweldsincidenten plaats, waarbij religieuze minderheden als slachtoffer betrokken waren, zoals ontvoeringen en (moord)aanslagen.”… “In de KAR kunnen leden van religieuze minderheidsgroepen in het algemeen hun geloof in de openbaarheid uiten zonder gevaar te lopen. In Centraal- en Zuid-Irak lopen religieuze minderheidsgroepen doorgaans een groter risico indien zij openlijk hun geloof uiten, maar dit verschilt sterk per gebied, stad/dorp of wijk.”Over de situatie van joden in Irak vermeldt voornoemd ambtsbericht, paragraaf 4.4.11.3:
“Voor zover bekend bevinden zich minder dan tien joden in Bagdad. Volgens onbevestigde berichten zouden er enkele joodse families in andere delen van het land leven. Over hun situatie is weinig bekend, omdat de meeste joden hun identiteit zouden verhullen of een zo anoniem mogelijk bestaan zouden leiden.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 980
negenhonderdtachtig euro), te betalen aan eiseres.