Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Inleiding, samenvatting van de zaak
.
4.Bewijsoverwegingen
“Ja, en ze is net tegen een mes aangevallen. Die is schuin tegen haar rug aangekomen”.
alternatief scenariovoor het oplopen van de steekverwonding door [slachtoffer] afleiden. Een dergelijk scenario (waaronder de rechtbank verstaat: een relaas van feiten en omstandigheden inhoudende op welke wijze [slachtoffer] de steekverwonding anders dan door handelen van verdachte heeft opgelopen) volgt in elk geval
nietuit hetgeen verdachte heeft verklaard omtrent hetgeen zich in de woning heeft afgespeeld rond het tijdstip waarop [slachtoffer] gewond is geraakt. Met name heeft verdachte niet (in elk geval niet langer) verklaard dat [slachtoffer] “in het mes is gevallen”. Hij heeft niet meer en anders verklaard dan dat hij [slachtoffer] op een gegeven moment achterover heeft zien vallen en daarna heeft geconstateerd dat zij op een mes lag en een verwonding had opgelopen. Hij heeft verklaard niet te hebben gezien (en ook overigens niet te weten) op welke wijze het mes in het lichaam van [slachtoffer] is gekomen, en evenmin waar dat mes zich, voordat [slachtoffer] viel, bevond.
veronderstellingen, die enerzijds zien op de reden waarom [slachtoffer] zou zijn gevallen (zij zou mogelijk een epilepsieaanval hebben gekregen) en anderzijds op de wijze waarop het mes in het lichaam van [slachtoffer] terecht zou zijn gekomen (dat zou kunnen zijn gebeurd doordat [slachtoffer], liggend op de grond, bewegingen zou hebben gemaakt waarbij of waardoor zij in het mes zou zijn “geschoven”).
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De vorderingen van de benadeelde partijen
9.De schadevergoedingsmaatregel
10.De vordering tenuitvoerlegging
11.De toepasselijke wetsartikelen
12.De beslissing
[benadeelde 1]gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan
€ 4.156,25, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 29 mei 2014 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
51 dagen;
[benadeelde 2]gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan
5.710,84, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 29 mei 2014 (met betrekking tot de schadepost ‘reiskosten’) en vanaf
63 dagen;
een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) dagen.