ECLI:NL:RBDHA:2015:8118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Woning ter beschikking gesteld aan derde door oudste zoon, niet als kraakwacht
Eiser was gedurende een uitzending naar het buitenland eigenaar van een woning die aanvankelijk door zijn jongste zoon werd bewoond. Toen deze vertrok vanwege studie, ging de oudste zoon op 2 december 2010 in de woning wonen. Eiser stelde dat de oudste zoon als kraakwacht fungeerde om leegstand en kraak te voorkomen, zonder vergoeding te betalen.
De rechtbank stelt vast dat de oudste zoon niet tot het huishouden van eiser behoorde en de woning feitelijk geheel ter beschikking had. De oudste zoon woonde er vanwege een woningruil met zijn jongere broer, die in Leiden studeerde. Dit was het hoofdmotief, niet het beheer van de woning.
Gelet op jurisprudentie van de Hoge Raad uit 2012 en 2013, is de situatie van de oudste zoon niet te vergelijken met die van een kraakwacht. Daarom moet de woning worden aangemerkt als ter beschikking gesteld aan een derde, waardoor deze niet langer als eigen woning kwalificeert voor het jaar 2011. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en kwalificeert de woning als ter beschikking gesteld aan een derde, niet als eigen woning.