ECLI:NL:RBDHA:2015:8459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek GVB-abonnement en handhaving Mobiliteitskaart door rechtbank
Eiser verzocht om een GVB-abonnement voor het woon-werkverkeer, dat hij tot september 2014 ontving, maar verweerder weigerde dit na invoering van de Mobiliteitskaart. Verweerder handhaafde dit besluit en wees erop dat het verstrekken van een Mobiliteitskaart een redelijke beleidskeuze is voor landelijke harmonisatie en kostenbesparing.
Eiser stelde dat hij een verworven recht had op het GVB-abonnement inclusief privégebruik, en dat de wijziging een eenzijdige verslechtering van zijn arbeidsvoorwaarden betekende. De rechtbank oordeelde dat het privégebruik geen rechtens beschermd arbeidsvoorwaardelijk recht vormt en dat de beleidskeuze van verweerder niet onredelijk is.
De rechtbank concludeerde dat verweerder bevoegd is om vervoerbewijzen te verstrekken conform artikel 12 van Pro het Verplaatsingskostenbesluit 1989 en dat eiser geen aanspraak kan maken op het GVB-abonnement na invoering van de Mobiliteitskaart. Het beroep werd ongegrond verklaard en de kostenveroordeling achterwege gelaten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om een GVB-abonnement wordt ongegrond verklaard.