ECLI:NL:RBDHA:2015:8473
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bewaringsmaatregel vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling van Rwandese nationaliteit, heeft bij besluit van 28 mei 2015 de toegang tot Nederland geweigerd gekregen en is verplicht zich op een aangewezen plaats te bevinden. Tegen dit besluit heeft hij beroep ingesteld en verzocht om schorsing van de bewaringsmaatregel door middel van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de behandeling van het beroep tegen de bewaringsmaatregel reeds met de grootst mogelijke spoed plaatsvindt, conform artikel 94, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, en gepland staat voor 16 juni 2015. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat geen effectieve rechtsbescherming wordt geboden.
Verzoeker stelde dat de bewaringsmaatregel onrechtmatig is en dat niet is gemotiveerd waarom een lichter middel niet volstaat. De voorzieningenrechter ziet echter geen aanleiding om vooruit te lopen op de inhoudelijke beoordeling van de rechtbank en wijst het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond af.
Er is geen sprake van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt, en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bewaringsmaatregel wordt afgewezen.