De rechtbank Den Haag behandelde op 22 juli 2015 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van diefstal, verduistering en witwassen met betrekking tot een woning en geldbedragen van een persoon met Alzheimer/dementie.
De tenlastelegging omvatte onder meer het misbruiken van een valse sleutel, het wegsluizen van geldbedragen van €14.000 en €11.000, en het witwassen van de overwaarde van een woning. Verdachte werd tevens verweten misbruik te maken van de kwetsbare toestand van het slachtoffer.
Na onderzoek en verhoor achtte de rechtbank het bewijs onvoldoende om de beschuldigingen wettig en overtuigend vast te stellen. De verklaringen van verdachte en haar echtgenoot werden niet als onaannemelijk beoordeeld, en er kon niet worden uitgesloten dat er mondelinge afspraken waren over de overboekingen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding. Een beslag op eigendommen van verdachte kon niet worden opgeheven binnen deze strafzaak.
De uitspraak werd gewezen door voorzitter Bouman en rechters De Wit en Ruiter, waarbij De Wit niet medeondertekende.