ECLI:NL:RBDHA:2015:8764
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over nietigheid en vernietigbaarheid van telecomovereenkomsten met mobiele telefoon
In deze zaak tussen Lindorff B.V. en een consument heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde en overwogen om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen over de rechtsgeldigheid van telecomovereenkomsten waarbij een mobiele telefoon en een abonnement in één all-in prijs zijn opgenomen.
De kantonrechter heeft Lindorff de gelegenheid gegeven om te reageren op de voorgenomen vragen en heeft vervolgens besloten de Hoge Raad te vragen om prejudiciële beslissingen over onder meer de ambtshalve toetsing van nietigheid of vernietigbaarheid van dergelijke overeenkomsten, de eisen aan prijsopgave in de overeenkomst, en de gevolgen van nietigheid voor teruggeven van de telefoon en eventuele schadevergoeding.
De vragen richten zich op de toepassing van bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek, waaronder artikelen 7A:1576 lid 2, 7:61 lid 2, 3:40 lid 2, en 6:2 lid 2 BW, en op de vraag of onredelijk bezwarende bedingen in deze context ambtshalve getoetst moeten worden. De kantonrechter houdt verdere beslissing aan totdat de Hoge Raad heeft beslist en geeft Lindorff daarna de mogelijkheid om te reageren.
Uitkomst: De kantonrechter stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad en houdt verdere beslissing aan.